goedeburengezocht1.jpgZe zijn het zat, de kille anonimiteit en individualiteit van de grote stad. Samen met zorginstelling Triade ontwikkelen zo’n honderdvijftig geïnteresseerden binnen het project Goede buren gezocht een nieuwe wijk waarin solidariteit weer hoog in het vaandel moet staan. ‘Een keer een boodschap doen, de was strijken of de hond uitlaten voor iemand die het niet kan. Het is de bedoeling dat mensen weer tijd maken om iets voor een ander te doen.’

Dat zegt Katja Moesker van zorginstelling Triade. Ze werkt drie dagen per week aan het project Goede buren gezocht, wat nodig is om de nieuwbouwwijk over drie jaar op te leveren. De tijd dringt, want de precieze locatie in Almere-Poort moet nog worden gekozen en het plan om iedereen in de toekomstige buurt inderdaad actief te krijgen behoeft nog een goede uitwerking.

Het idee ontstond drie jaar geleden binnen de zorginstelling toen er gezocht werd naar mogelijkheden om mensen met een verstandelijke beperking enerzijds op een efficiënte wijze meer persoonlijke manier hulp te bieden en anderzijds mee te laten tellen in de samenleving. De manier om dat te bereiken zou zijn om rondom een hulpvragend individu een groep hulpbiedende mensen te formeren en deze persoon bovendien te helpen om in de buurt een actieve rol te vervullen.

Betrokkenheid
‘Maar iets doen voor een ander is niet alleen een belangrijke waarde voor mensen met een beperking. Zo’n solidariteitsprincipe spreekt heel veel mensen aan. Daarom hebben we het project breder getrokken. Inmiddels hebben zich honderdvijftig huishoudens aangemeld,’ licht Moesker toe.

‘Het unieke aan ons project is dat de bewoners vanaf het begin af aan enorm betrokken zijn bij de wijk. Ze krijgen veel vrijheid in het vormgeven van hun wijk, maar dat gebeurt wel binnen de richtlijnen die wij opstellen.’ Zo moet de wijk zo’n driehonderd bewoners gaan tellen. Moesker: ‘Uit experimenten in het buitenland is geleerd dat er bij een kleiner aantal bewoners te weinig hulpbiedende mensen wonen. En in een grotere buurt kent niet iedereen elkaar, wat een negatieve invloed heeft op het solidariteitsgevoel.’

Douchen
De buurtbewoners zullen minimaal een uur per week een klusje voor iemand anders moeten doen, geeft de enthousiaste projectcoördinator aan. ‘Het aankleden of douchen van ouderen en lichamelijk gehandicapten kan natuurlijk nog gewoon door mantelzorgers of professioneel zorgpersoneel gebeuren. Maar veel dagelijkse dingen kunnen perfect door een goede buur gedaan worden.

‘Een keer een boodschap doen, de was strijken of de hond uitlaten voor iemand die het niet kan. Dat zijn voorbeelden waarin mensen elkaar direct kunnen helpen. Maar er is ook te denken aan sociale activiteiten: met elkaar naar de bioscoop of samen koken. In grote steden gebeurt het vaak niet, terwijl veel mensen er wel behoefte aan hebben.’ Moesker benadrukt dat het niet gaat om liefdadigheid, maar om wederkerigheid. ‘Mensen met een beperking hoeven niet alleen de rol van hulpvrager te hebben. Iedereen kan een rol van hulpgever vervullen!’

Duitsland
Het project wordt gefinancierd door onder andere het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en sport en is volgens de zorginstelling nieuw in Nederland. Daarbij wordt goed gekeken naar de mogelijkheden en eventuele barrières op de weg naar een geslaagde wijk. Moesker: ‘We zullen er rekening mee moeten houden dat Nederland vaak verschilt van andere landen.

‘Binnen een Duits project krijgen hulpbiedende mensen bijvoorbeeld korting op hun huur. Dat ligt daar contractueel vastgelegd en mensen worden dus gedwongen de helpende hand frequent te bieden. Hier zal dat niet werken, want Nederlands laten zich niet dwingen.’

Als het project over drie jaar opgeleverd wordt, zullen buurtbewoners er eventueel samen met een welzijnsorganisatie zelf op moeten toezien dat iedereen daadwerkelijk zijn steentje bijdraagt aan de sociale woonwijk. ‘Daar ligt nog een uitdaging. We moeten goed nadenken over de manier waarop we mensen stimuleren,’ geeft Moesker aan. ‘Maar ik heb er alle vertrouwen in dat dat gaat lukken.

Zelf wil Moesker niet in de Almeerse buurt gaan wonen. ‘Nee, nee, ik woon in een klein dorp in Friesland. Daar bestaan zo weinig publieke voorzieningen, dat men elkaar daar wel móet helpen.’