In september 2009 presenteert de VPRO op televisie, radio, internet en in de gids het project Eeuw van de stad, waarin de kwaliteit van onze steden in al hun verscheidenheid centraal staat. Als opmaat publiceerde de VPRO Gids een serie ‘Odes aan de stad’, met odes van Cees Zoon (Mexico-Stad), Carolijn Visser (Shanghai), Filip De Boeck (Kinshasa), Anil Ramdas (New Delhi), Christine Otten (Detroit) en Jaap Scholten (Budapest).

5056Afl. 1: Mexico-Stad, zinkende galaxie
Een van de grootste steden ter wereld verdwijnt langzaam maar zeker in de aardbodem. Mexico: een onmogelijke stad, een onleefbare asfaltjungle met nachtmerrieverkeer, maar ook een stad die veel van zijn goede ouderwetsheid heeft bewaard.

door Cees Zoon

De Angel de la Independencia is een goudkleurige engel die hoog boven de Avenida Reforma op een pilaar balanceert. Het nationale symbool van Mexico, met een beetje goede wil te vergelijken met het monument op de Dam, is stevig verankerd op zijn betonnen grondvesten aan de hoofdslagader van Mexico-Stad. Maar met de omringende grond is het minder best gesteld. Die verzakt in zo’n hoog tempo dat je het bijna kunt gadeslaan. Het gevolg is dat het aantal traptreden van het monument voortdurend moet worden aangepast: oorspronkelijk waren er negen treden, nu zijn het er al 23.

Mexico-Stad verdwijnt langzaam maar zeker in de aardbodem. Het centrum van een van de grootste steden ter wereld ligt op sommige punten tien meter lager dan honderd jaar geleden. De verzakking is het gevolg van het ongelimiteerd opzuigen van het bodemwater, een praktijk waar alle specialisten al tijden voor waarschuwen, maar die gezien het enorme watertekort in de stad alleen maar zal verergeren. Er zijn gebouwen in het historisch centrum die tussen de tien en veertien centimeter per jaar zakken. Een voorstadje als Xochimilco, bekend om zijn kanalen, zakt zelfs veertig centimeter per jaar de grond in. Dat krijg je wanneer je een wereldstad midden in een meer bouwt.

Waterhuishouding
De Azteken bouwden Tenochtitlan, de hoofdstad van hun rijk, op een verzameling eilandjes in een ondiep meer. Een indrukwekkende constructie, die alleen letterlijk het hoofd boven water kon houden door het bewaken van een perfect ecologisch evenwicht en een uitgebalanceerde waterhuishouding. De Spaanse conquistadores, die aan het begin van de zestiende eeuw de stad veroverden, hadden hier totaal geen oog voor. Zij begonnen lukraak te bouwen volgens hun eigen geïmporteerde ideeën, een trend die eigenlijk tot op de dag van vandaag niet is gestopt. Wat de Mexicaanse nazaten wel geleerd hebben is dat je hier moet bouwen op palen. Dit is waarschijnlijk de enige stad buiten Nederland waar je constant het zo Hollandse geluid van heimachines kunt horen.

Het gevaar van algehele verzakking wordt er niet door bezworen. Maar deze stad houdt van gevaren en het uitdagen van de natuur. Niet alleen staat zij op drijfzand, boven haar hangen de dreigende schaduwen van het vulkanenpaar Popocatépetl en Iztaccihuatl, die meeschudden wanneer de zoveelste aardbeving door de stad siddert. Gemiddeld krijgt Mexico-Stad één grote aardbeving per decennium te verwerken en één vernietigende per eeuw. De laatste in die categorie was in 1985, toen ruim tienduizend mensen omkwamen en tal van centrale wijken met de grond gelijk werden gemaakt. Onheilsprofeten verkondigen dat het Mexico-Stad zal vergaan als de roemruchte Maya-steden van duizend jaar geleden, die na een bloeiperiode simpelweg van de kaart verdwenen: op een dag zal de aarde zich openen rond de hoofdstad van Mexico, de complete stad opslurpen en zich weer sluiten.

Asfaltjungle
Daar hoeft niemand om te rouwen, voegen dezelfde onheilsprofeten er aan toe. Mexico-Stad is immers een onleefbare asfaltjungle die laat zien tot welke monsterlijke proporties het samenleven van mensen kan worden opgeblazen. De stad Mexico wordt vaak verward met het stedelijke gebied van het Dal van Mexico. Dat omvat het Distrito Federal (het Federaal District, de officiële naam van de hoofdstad, in het dagelijks spraakgebruik gereduceerd tot df) en de 59 aangrenzende gemeenten van de Staat Mexico. In het eerste geval is de stad groter dan de provincie Utrecht, in het tweede net zo groot als Utrecht en Gelderland samen. Er wonen 18 miljoen inwoners, meer dan in heel Nederland. Of 25 miljoen als je de uitlopers naar andere aangrenzende staten meerekent. Wanneer je ’s avonds per vliegtuig arriveert krijg je een goed idee van de omvang van de moloch: bijna een uur lang vlieg je over een eindeloze zee lichtjes, alsof beneden niet een mensenstad ligt maar een galaxie. ‘Hier is zelfs de lust tot bidden vergaan,’ luidt een bekende grap, ‘want zelfs de Heer ziet geen onderscheid meer bij zoveel mensen op een kluit.’

Een onmogelijke stad. De Guía Roji, het meest verkochte stratenboek, telt meer dan honderd straten die Benito Juárez heten (genoemd naar een negentiende-eeuwse president), meer dan tweehonderd straten met de naam Venustiano Carranza (een van de hoofdrolspelers van de Mexicaanse Revolutie), meer dan tweehonderd straten Cinco de Mayo (5 mei, refererend aan 1862 toen het Mexicaanse leger een Franse invasiemacht versloeg), en rond de driehonderd straten met de naam Lázaro Cárdenas (de president die in de jaren ‘30 van de vorige eeuw de olie nationaliseerde). Het is hier volslagen zinloos een straatnaam te kennen als je niet weet in welke wijk je moet zijn. ‘Dit is de enige stad in de wereld waar ik bang was voorgoed te verdwalen,’ zei de Italiaanse schrijver en wereldreiziger Claudio Magris ooit.

Koolmeesje
Het spreekt dat het verkeer een nachtmerrie is. Dagelijks moet je de plaag van de peseros verduren, de minibusjes die je overal van de sokken rijden, niet stoppen voor verkeerslichten en geen enkele andere verkeerswet respecteren, terwijl tussendoor de even agressieve brommers van de pizzabezorgers krioelen. De stad is een kakofonie van herrie, motoren zonder uitlaat, sirenes in alle toonsoorten. Bijna vier miljoen gemotoriseerde voertuigen bewegen zich hier elke dag, waaronder 90.000 taxi’s, 10.000 bussen en 200.000 vrachtwagens. De vorige burgemeester Andrés Manuel López Obrador noemde Mexico ‘de stad van de hoop’ en legde doodleuk boven op de ringweg een ‘tweede verdieping’ aan, een snelweg op palen. De bijbehorende stank afkomstig van het verkeer verleidde de Mexicaanse schrijver Caros Fuentes ertoe df een nieuwe naam op te plakken: Makesicko-City.

Maar als ik het raam van mijn werkkamer aan de straatkant open doe, hoor ik de vogels fluiten. Een koolmeesje springt uit de boom op de vensterbank en kijkt nieuwsgierig de kamer in. Uit de verte komen de tonen van een draaiorgeltje naar binnen waaien. En het park op de hoek is een uitgestrekt groene zee van bomen opgeluisterd met klaterende fontijnen. Mijn buurt La Condesa ligt midden in de stad en is bijzonder leefbaar, zoals veel andere buurten dat ook zijn. Met een overdaad aan groen, al moet je natuurlijk wel van asfalt houden om in Mexico-Stad te willen wonen. De megastad omvat veel voormalige dorpen die door de urbanisering zijn opgeslorpt, zoals de beroemde Coyoacán en San Angel, die bij elkaar gehouden worden door het weefsel van het nachtmerrieverkeer, maar intern de rust zelve blijven.

Straatmuzikanten
In La Condesa moet het verkeerslawaai het afleggen tegen de altijd aanwezige muziek van de straatmuzikanten. Voor een café speelt een saxofoon, voor de tent ernaast een gitaar, op een straathoek een akkordeon, bij het stoplicht een draaiorgeltje (altijd bemand door twee geüniformeerden van wie de ene draait en de andere geld ophaalt). Uit de apotheken van Dr. Simi dendert permanent rockmuziek. En met de regelmaat van de klok begint ’s nachts om twaalf uur een complete mariachigroep van acht man een recital voor een gebouw aan de overkant. Tussen de muziek door klinken de geluiden van de verkopers of de klusjesmannen. Het hoge fluitje om elf uur ’s ochtends geeft aan dat de scharensliep in de straat is. Rond zes uur klinkt de door het merg snijdende pieptoon van de kastanjeverkoper. Om tien uur ’s avonds is het de beurt aan de ‘tamales, tamales‘-kreet van de jongen die de maïslekkernijen verkoopt. Hier in de buurt heb je geen klok nodig, maar kun je uit de geluiden opmaken hoe laat het is.

Mexico-Stad is modern, als de modernste steden in de wereld, maar heeft tegelijkertijd veel van zijn goede ouderwetsheid bewaard. De uit de VS geimporteerde mall vormt natuurlijk net zo’n bedreiging als elders, maar het leven blijft zich grotendeels voltrekken in buurtwinkeltjes en reparatiewerkplaatsjes waar je alles kunt laten doen wat je maar kunt verzinnen. Het is en blijft mensenwerk, en dat geeft de stad een grote vitaliteit. Parkeermeters kennen we hier niet. In Mexico-Stad heb je de franeleros, werkloze mannen die elk een stuk straat hebben bezet, je helpen bij het inparkeren en op je auto passen in ruil voor een klein bedragje.

Verstopt
De werkloosheid is enorm, de officiële cijfers zijn een belediging van het waarnemingsvermogen van ieder weldenkend mens. Maar iedereen doet wel iets om zich in leven te houden. Terwijl je op een groen licht wacht kun je vanuit je autoraampje van alles kopen, van jonge konijntjes tot elektrische boren. De straten van deze stad zitten letterlijk verstopt met ambulantes, meer dan een half miljoen straatverkopers die veelal illegale handel aan de man brengen. En eettentjes, want een Mexicaan kan niet langer dan een paar minuten op straat lopen zonder te eten.

Er schort een hoop aan Mexico-Stad, en er schort vooral ook een hoop aan de autoriteiten die daar iets aan zouden horen te doen. Maar de stad overleeft zonder autoriteiten, in een soort noodgedwongen anarchie, die natuurlijk ongewenste uitwassen genereert maar ook een vitaliteit waar geen regelmaatschappij tegen op kan. DF betovert je, je komt er niet meer van los, zei de Argentijnse schrijver Roberto Fresnán: ‘Ik heb niet het minste idee, en ik wíl ook niet het minste idee hebben over hoe ik hier ooit nog uitkom.’

Cees ZoonCees Zoon (Amsterdam, 1950) werkt als Latijns-Amerikacorrespondent voor de Volkskrant. Als hispanist heeft hij zich in literatuur en geschiedenis over Latijns-Amerika gespecialiseerd. Naast diverse literaire reisboeken zoals De lokroep van Mexico en Een passie voor Praag verscheen van zijn hand in 2007 Het rode continent. Hierin beschrijft hij de opkomst van de nieuwe Latijns-Amerikaanse leiders. Cees Zoon woont sinds zes jaar in Mexico-Stad.