In mei 2009 vroeg de VPRO Gids lezers om een beschrijving van hun droomstad. Uit de ca. 70 inzendingen koos een door de VPRO Gids en het Sandberg Instituut  gevormde jury de beste vier: drie runners-up en een winnaar. Hieronder de winnaar.

droomstad-poster-klein_kleinJOUWSTAD/MIJNSTAD
Inzending nr. 17
Door Sonia Rijnhout
Illustratie Peter Pontiac

Mijn leven speelt zich af in Droomstad. Licht is het belangrijkste materiaal waaruit Droomstad is opgebouwd. De suggestieve naam ‘Droomstad’ ten spijt, is deze de allerwerkelijkste en wakkerste van alle steden van dit halfrond. Ik voel mij nergens anders zo thuis in deze stad die in voortdurende opbouw verkeert en die geen moment zich op eendere wijze laat zien. Het is het licht dat de materie een bestaansvorm schenkt die nooit precies valt vast te leggen.

Zoals iedere stad van betekenis, is Droomstad gelegen aan een grote rivier, niet ver van de monding. De rivier snijdt de stad doormidden en heeft twee tegengestelde stadshelften doen ontstaan. De ene neigt naar het licht en naar de bezigheden die de dag kenmerken en wordt door ons stadbewoners ruimhartig ‘Jouwstad’ genoemd. De andere stadshelft heet, meer op eigen voordeel gericht, ‘Mijnstad’ en schenkt gelegenheid aan duisterder praktijken die men, levend vanuit een veroordelende levensopvatting, wellicht ontwijken zal. Maar het is juist het verdonkerde stadsdeel dat overbevolkt en levendig is en, altijd gehuld in een duisternis die doorschijnend is, het decor vormt voor handelingen die de uitersten van het leven aangaan.

Lange, brede straten worden onderbroken door opeenhopingen van gebouwen waartussen labyrinthisch vertakte stegen de passant voorgoed doen verdwalen. Het moge duidelijk zijn dat hier een spel gespeeld wordt tussen architectuur en zelfdenkende aspecten in de menselijke natuur, en dat er een opzet in dit spel is.

Bouwval en opbouw zijn verstrengeld. De bouwval vormt de ondergrond voor de opbouw die hoger rijst naarmate de eeuwen elkaar zijn opgevolgd en in afzettingslagen gestapeld zijn. Er zijn lichtresten uit verre tijden achtergebleven, als zachte nevels hangen deze lichtresten in de duisternis rond de eclectisch ontstane bouwwerken. Het is dit licht waardoor de stedelijke materie gevormd wordt en tot leven komt en het is dit licht dat de bevolking van dit stadsdeel wegstuurt in een tomeloos bestaan.

Deze stadshelft wordt met een mengsel van argwaan en deernis gadegeslagen door haar ‘verlichte’ wederhelft.

Die wordt gekenmerkt en vorm gegeven door hygiënische opvattingen over de omgeving waarin de stedelijke mens moet verblijven. Het zal waar zijn dat lichamen daar gedijen, maar floreren de geesten in die lichamen er? De architectuur is gebouwd op hersenspinsels en vanuit dogma’s ontstaan en plaatst deze, in materie omgezet, ongenadig in een vlak daglicht. Geen diepte, geen ruimte, maar platte weidsheid kenmerkt deze stedelijke ruimte. Er is alleen heden, het verleden is gesaneerd. Strak staan bouwwerken in gelid, omgeven door gesteriliseerde groeisels waartussen vroeg volwassenen van alle leeftijden zich heten te verpozen, verplicht genieten na verrichte arbeid die aan een steriel maatschappelijk welbevinden dienstbaar is gemaakt.

Het is een stad waarin de elkaar tegensprekende hoofdbestanddelen van de menselijke natuur zich kunnen manifesteren en uitleven: een uitweg zoeken in vergetelheid en streven naar zuivering, twee wegen die naar geluk leiden.