In mei 2009 vroeg de VPRO Gids lezers om een beschrijving van hun droomstad. Uit de ca. 70 inzendingen koos een door de VPRO Gids en het Sandberg Instituut  gevormde jury de beste vier: drie runners-up en een winnaar. Hieronder een van de runners-up.

futurorganicaCMYK_Mokerontwerp_kleinFUTURORGANICA
Inzending nr. 16
Door Loba van Heugten (Kopenhagen), Flemming van Heugten (Bonn) en Harry Sluyter (Amsterdam)
Illustratie Moker Ontwerp

Hierbij de de gezamenlijke droom van drie architectuurliefhebbers.
Wat maakt een stad aantrekkelijk en wat gaat – op den duur – tegenstaan? In het verleden veranderden de woonbehoeften slechts geleidelijk en werd deze bevredigd door het bouwen van huizen die slechts een beperkte levensduur hadden. Zeker in Nederland met zijn slappe bodem. Nu veranderen al onze (woon)behoeften steeds vaker, terwijl de woningen steeds duurzamer gebouwd worden en slechts beperkt aan te passen zijn. Wij willen dat veranderen door op twee gebieden te experimenteren: De bouw zelf en de bouwlocaties.
Wij zien Futurorganica: de stad van de toekomst, als een levend organisme dat zich aan de omstandigheden aanpast. De inwoners leggen zich vast voor een bepaald huis en locatie voor periodes van (maximaal) 10 jaar.

De bouw
Ons idee van het huis van de toekomst is gebaseerd op de traditionele Japanse huizen. Niet qua architectuur, maar qua filosofie: de gebruikte materialen gaan niet eeuwen maar generaties mee. Op deze manier wordt rekening gehouden met de eisen van nieuwe generaties bewoners. In samenhang daarmee wordt gekozen voor bouwmaterialen die wel langere tijd meegaan maar beperkte houdbaarheid genieten. Materialen die na het verliezen van hun functie niet als ongewenste elementen voort blijven bestaan maar zich makkelijk laten oplossen. (Zie William McDonough en Michael Braungart: Cradle to Cradle).

De locatie
Ons idee voor de locatie van de toekomst is ook gebaseerd op Japanse ontwikkelingen. In de Baai van Tokyo drijft een kunstmatig eiland met een lengte van 1000 meter ter beproeving van een mogelijk drijvend vliegveld. De testresultaten zijn bevredigend. Dergelijke eilanden hebben een voorziene levensduur van 100 jaar en zijn goedkoper en snelle te bouwen dan d.m.v. landwinning. (zie www.jsce-int.org/civil_engineering). Waarom dan ook niet drijvende eilanden als leefomgeving? Daarmee sluiten we aan op eeuwenoude wooncultuur op het Ticitaka Meer in Zuid-Amerika. Als locatie valt in Nederland te denken aan zowel het IJsselmeer als de Noordzee. Bijkomend voordeel boven inpoldering is dat het stijgen van de zeespiegel tengevolge van de klimaatswijziging makkelijker te ondervangen is.
Wij hebben daarbij een langzame ontwikkeling voor ogen van een toenemend aantal eilanden. Eilanden van uiteenlopende grootte en onderlinge afstand. Door aanvankelijk onderlinge afstanden in te bouwen die tot honderden meter kunnen oplopen is het mogelijk om latere stadsuitbreiding te doen plaats vinden door nieuwe eilandjes tussen te voegen. Dit in plaats van de traditionele stadsuitbreiding waarbij de stad zich naar buiten toe uitbreidt. Door onder meer gebruik te maken van pontonbruggen is ook de onderlinge verbinding relatief makkelijk aan te passen. Maar niet alleen de “onontgonnen wateren” willen we tussentijds veranderd zien. Draai ook eens een eiland een kwartslag. Of leg het een paar honderd meter van zijn oorspronkelijke locatie vast aan een ander eiland. Een veranderend aanzien wordt nog versterkt door het tijdelijk doen aanmeren van woonboten.

De woonomgeving
Door te kiezen voor de drijvende eilanden kiezen wij ook voor de bouw van relatief lage gebouwen met voornamelijk een woonfunctie. Grote gebouwen met een werkfunctie zien wij vooral op het aangrenzende vasteland, waar zich ook de uitvalswegen bevinden. Blijft over de faciliteiten met een culturele- en ontspanningsfunctie. Daarbij willen wij vooral veel parken laten ontstaan. Parken zijn zeer laagdrempelig en een smeltkroes voor alle bevolkingsgroepen. Daarom willen wij culturele manifestaties zo veel mogelijk naar de parken halen, deels door tijdelijke faciliteiten te bieden. Theater en sport in grote tenten of modulaire accommodaties. Het Amsterdamse Westerpark heeft daarbij een goede voorbeeldfunctie.
Scholen, gebouwd op hun eigen eiland, kunnen verplaatst worden indien kinderrijke buurten vergrijzen naar eilanden waar inmiddels een groeiende behoefte aan scholen is ontstaan.

Tijd voor verandering
Ondanks de ingebouwde flexibiliteit kan zelfs deze stad op den duur gaan tegenstaan. Onze ervaring is dat een maximale grootte van 1 miljoen inwoners  aanvaardbaar is. Grotere steden die wij bezochten mogen dan hun charme hebben, maar vaak bleek de aantrekkingskracht tot het centrum beperkt. Buitenwijken doen nauwelijks vermoeden welk stadscentrum dezelfde stad rijk is en de stad verliest bij elke stadsuitbreiding meer zijn samenhang. Daarom vinden wij dat de drijvende stad bij het bereiken van de limiet van een miljoen inwoners opgesplitst moet worden in twee kleinere archipels. Maar niet door een bruisend hart te scheiden van slaperige buitenwijken, maar door juist die kern zich te laten splitsen zoals een eencellig levend organisme zich splitst om als twee gelijkwaardige nieuwe eenheden verder te gaan. Met sleepboten kunnen nieuwe locaties op tientallen kilometers afstand van de oude gevonden worden. Niets zo veranderlijk als Futurorganica.