Comillas, Spanje

Het woord is aan de stadspsycholoog Sander van der Ham. Hij leidt je elke twee weken langs de raakvlakken tussen psychologie en stedelijke ontwikkeling. Daarbij staat maar één vraag centraal: Hoe ervaren en gebruiken mensen de stad? Vandaag deel 1 van zijn negendelige reeks: een inleiding.

Mensen kijken me vaak vragend aan wanneer ik vertel dat ik als psycholoog in de stedelijke ontwikkeling werk. ‘Wat doe je dan eigenlijk’, vragen ze. ‘Ik ben stadspsycholoog’, antwoord ik dan. ‘Het betekent dat ik me bezig hou met de interactie tussen stad en mens. Hierbij zoek ik naar de manieren waarop de stad de mens mentaal beïnvloedt.’

Stel je maar eens voor dat je door jouw lievelingsstad loopt. Je voelt je op je gemak en de mensen zijn vriendelijk. Het is simpelweg gezellig, een tweede thuis. Maar stel jezelf nu eens de vraag wat ‘jouw stad’ dan zo gezellig maakt? Waarom je de stad ervaart als een tweede thuis? Waarschijnlijk zul je eerst na moeten denken voor je antwoord kunt geven op deze vraag. Dat komt doordat je de stad voornamelijk op een onbewust niveau beleeft.

Het ervaren van een gevoel van ‘gezelligheid’ is de uiting van die onbewuste processen. Onder de naam stadspsychologie leg ik die processen bloot. Ik stel me hierbij de vraag welke factoren in de stad deze onbewuste processen activeren en aansturen. Ik zoek daarbij naar manieren om met deze kennis en inzichten een bijdrage te leveren aan stedelijke ontwikkeling. Zodat de openbare ruimte bijvoorbeeld aangenamer ingericht wordt voor gebruikers. Maar dat het ook antwoord geeft op vragen waarom sommige mensen liever in de stad wonen en anderen juist niet. Hoe het komt dat mensen vaak bij een fontein willen zitten. En wat de relatie is tussen de mensen die een iPod dragen en mensen die een steeds hogere schutting om hun tuin bouwen.

Mijn vakgebied is nog jong en sterk in ontwikkeling. Het begin ervan is te herleiden tot de jaren ’50 toen Roger Barker de invloed van omgevingsfactoren op de prestaties van schoolkinderen onderzocht. Langzaam vormde zich in de Verenigde Staten een nieuw onderzoeksgebied, de omgevingspsychologie. De ontwikkeling werd versneld door onder andere de invloed van antropoloog Edward Hall met zijn onderzoek naar het ruimtegebruik door mensen. Maar ook architecten en ontwerpers, die gebouwen proberen te ontwerpen om specifiek gedrag mee te ontlokken.

Het doel van de omgevingspsychologie is de interactie tussen mens en omgeving te onderzoeken. Het biedt veel algemene kennis over interactie met de ruimtelijke omgeving, maar niet specifiek voor de stad. De stadpsychologie kijkt hier juist wel naar.

Comillas, Spanje

Dit is nodig, want sinds vorig jaar woont voor het eerst sinds de geschiedenis meer dan de helft van de wereldbevolking in steden. En over 30 jaar is dat zelfs meer dan 80%. Onderzoek van de omgevingspsychologie legde lange tijd de nadruk op de nadelen van de stad. Het leven in de stad heeft ook voordelen. Neem bijvoorbeeld de wereldwijde verstedelijking die zich nu afspeelt. Het is belangrijk deze voor- en nadelen goed te doorgronden. Dit biedt ons inzicht over waarom de wereld verstedelijkt en waar we rekening mee moeten houden.

In een aantal blogs komen deze voor- en nadelen terug. Ik wijd bijvoorbeeld een blog aan de nadelen van de stad, waaronder de invloed van de grote hoeveelheid zintuiglijke prikkels en de reden dat stedelingen minder prosociaal gedrag vertonen dan dorpelingen. De voordelen van de stad komen terug in de blog over ziel en trots bij herstructurering en de blog over de betrokkenheid bij de openbare ruimte. Thaddeus Müller wijdde zijn proefschrift aan dit laatste onderwerp. Hij benadert het vanuit de betrokkenheid die mensen voelen bij de openbare ruimte en zoekt naar het waarom van deze betrokkenheid.

De zoektocht van de stadspsychologie ligt voornamelijk in het toepassen van de kennis bij stedelijke ontwikkeling. Wanneer we terugkijken naar het voorgaande dan kunnen we, met de kennis vanuit de stadspsychologie, afleiden dat veel factoren in de stad beïnvloed kunnen worden. Wanneer we slim nadenken over het inrichten van de openbare ruimte dan kunnen we bij de gebruikers een gemoedstoestand opwekken of een sfeer creëren.  Daarom wil ik stellen dat de stad grotendeels maakbaar is. De mens in de stad kan bewust beïnvloed worden. Aan de andere kant laat de mens zich niet misleiden.

Het werkveld van de stadspsychologie is sterk verweven met andere werkvelden zoals de sociale geografie, de (stads)sociologie, de architectuur en de planologie. Het werk van een stadspsycholoog staat daarom nooit op zich, maar heeft juist de kennis van de andere werkvelden nodig. Ik nodig je daarom ook graag uit om te reageren op deze blog.

Voor de volgende blog wil ik je vragen na te denken over waarneming. Waarom neemt ieder mens de stad anders waar, maar komen we vaak wel op eenzelfde oordeel uit?

Meer weten?

Sander van der Ham werkt voor bureau Stipo.