Waarneming van de stad - afbeelding van: www.youropi.com

Het woord is aan de stadspsycholoog Sander van der Ham. Hij leidt je elke twee weken langs de raakvlakken tussen psychologie en stedelijke ontwikkeling. Daarbij staat maar één vraag centraal: Hoe ervaren en gebruiken mensen de stad? Vandaag deel 2 van zijn negendelige reeks: de stad waarnemen.

In mijn vorige blog introduceerde ik de stadspsychologie en de zoektocht naar wat dit is. In deze tweede blog zet ik deze zoektocht voort. Ik stuitte vrij snel op een probleem. We spreken namelijk over ‘de stad’. Ik weet zeker dat mijn beeld van de stad fundamenteel anders is dan dat van jou. In deze blog ga ik daarom op zoek naar hoe we een beeld vormen van de stad en hoe dit relevant is voor de stadspsychologie.

Ik durf te stellen dat de fysieke omgeving niet heel snel verandert. De Westerkerk in Amsterdam is morgen nog precies hetzelfde en ook het Schouwburgplein in Rotterdam veranderd niet van de één op de andere dag. Maar toch zie en beleef je deze gebouwen en de stad op een heel andere manier dan ik.

Wanneer ik bijvoorbeeld over ´de stad´ spreek dan krijg ik het beeld van de grachtengordel van Amsterdam, de pleinen in de Jordaan met terrasjes en fotograferende toeristen op de Dam.  Voor jou kan de stad juist een middag heerlijk in de zon op één van de Werven van de Utrechtse binnenstad zijn. Of een dag winkelen in de Koopgoot van Rotterdam. Hoe komt het dat jij en ik tot heel verschillende voorkeuren en oordelen komen terwijl de fysieke omgeving weinig verandert?

Steven en Rachel Kaplan vroegen zich dit ook af. Het antwoord op deze vraag leidde hen naar vier primaire uitgangspunten die zij samenvatten in de ‘Preferentietheorie’. Ze concludeerden dat de mens de voorkeur geeft aan een omgeving die een grote samenhang heeft tussen verschillende elementen zoals water, groen en ruimte voor ontmoeting. Deze samenhang maakt de omgeving logisch en daardoor begrijpelijk en prettig. Aan de andere kant is een omgeving spannend. Een mate van complexiteit en mysterieusheid is daarom noodzakelijk. De omgeving nodigt uit tot vrijwillige ontdekking. Ik zeg hier vrijwillig omdat een donker steegje in de stad heel mysterieus is maar vaak ook gevoelens van onbehagen en angst oproept. Mysterieus heeft dus als voorwaarde dat het geen negatieve gevoelens oproept.

Waarneming van de stadAan de basis van deze Preferentietheorie staan je eigen kennis en ervaringen in het leven. Je bouwt een referentiekader op uit alles wat je leert en dit bepaalt in grote mate wat je mooi en lelijk vindt. Ook bij het beoordelen van een stad grijp je eerst onbewust terug op je referentiekader. Wanneer je dit doet om een oordeel te vormen dan spreken we van perceptie. Je velt een oordeel door actief de omgeving waar te nemen en tegelijkertijd (onbewust) een vergelijking te maken met je kennis en eerdere ervaringen.

En de andere zintuigen dan?
Ik wil je nu vragen een gedachte-experiment te doen. Stel je voor dat een dag alleen uit bent in Amsterdam. Je loopt al een poosje rond in de stad en je bent moe van het lopen. Je besluit daarom wat te rusten op een bankje. Stel jezelf voor op het bankje met gesloten ogen. Wat hoor je nu en welke gemoedstoestand roept dit bij je op?

Misschien vindt je dit een vreemde vraag, want je hebt toch genoeg aan dat wat je ziet? Je kunt daar inderdaad ver mee komen in de stad. Maar kun je er al je gedrag mee verklaren? Ga maar eens na waarom mensen liever bij een fontein zitten dan aan de straatkant. In de stad worden ook je andere zintuigen geprikkeld. Met name van het horen en ruiken kun je veel voorbeelden in de stad vinden.

Kees Went, sounddesigner en onderzoeker houdt zich bijvoorbeeld met de geluiden in de stad bezig. Hij kwam tot de conclusie dat het geluid van stromend water (zoals bij een fontein) een prettig geluid is, net als het geluid van ruisende bomen. Het geluid van verkeer wordt juist als onprettig ervaren. Kees Went onderzoekt op deze manier de akoestiek van steden.

Ook geur beïnvloedt je gemoedstoestand. Charles Landry spreekt over ’smellscapes’. Hiermee doelt hij op de geuren van de stad. Denk maar aan de geur van vers gebakken brood of de geur van gemaaid gras. Dit roept ongetwijfeld een positief gevoel op of misschien zelfs goede (jeugd)herinneringen. Geuren in de stad worden helaas vaak gemaskeerd door uitlaatgassen. Geuren die vaak negatieve associaties oproepen, mede doordat ze ongezond zijn en een uitwerking hebben op het lichaam zoals hoofdpijn. Onze smellscapes zijn met name in de stad zeer beperkt.

Waarneming van de stad

De perceptie van de stad verschilt per persoon. Het referentiekader bepaalt de persoonlijke beleving. Maar dit referentiekader is bij iedere persoon anders.  Desondanks kunnen we uit deze individuele percepties veel overeenkomsten afleiden. Enkele beschreef ik hierboven. Hierdoor is er inmiddels uitgebreide kennis over waarneming in de stedelijke omgeving. Maar daar wordt nog weinig gebruik van gemaakt. Geluid wordt bijvoorbeeld als negatief ervaren en geuren worden vooral gebruikt om koopgedrag te beïnvloeden. Zelf doen we hier aan mee. Veel mensen dragen een iPod. Natuurlijk voor de muziek maar impliciet ook om stadsgeluiden buiten te sluiten.

Als voorbeeld hiervan deed de  Washington Post een experiment. Zij lieten een wereldberoemde muzikant 45 minuten lang optreden in een metrostation in Washington. Hoeveel mensen denkt u dat de tijd namen om naar hem te luisteren? Bekijk hier het filmpje en ontdek het.

Charles Landry zegt hierover: ‘We live in an impoverished perceptual mindscape, operating with a shallow register of experience and so guiding our lives through narrow reality tunnels´. Mijn advies daarom aan de ontwerpers van steden: denk verder dan het visuele en betrek een sound designer of een geluidsdeskundige. Aan de stadsmens: trek eropuit en beleef de stad door te zien, horen, ruiken, proeven en voelen.

Meer weten?

Wilt u meer lezen over Charles Landry bezoek dan zijn website.

U kunt ook meer lezen over Kees Went in een interview met hem.

Sander van der Ham werkt voor bureau Stipo.