Voor ik verder ga wil ik je vragen je wanneer je zelf stedelijke warmte ervaart in het contact met anderen. Ben je dan met vrienden op stap om wat te drinken op het terras? Zoek je juist contact met onbekenden? Ik sluit ook niet uit dat jij je afsluit voor anderen wanneer je in de stad bent en de stad en de mensen alleen observeert.

De warme stad
Iedereen heeft wel eens stedelijke warmte ervaren. Wanneer je door de stad loopt maak je oogcontact met onbekenden, je flirt met een vrouw of man wanneer je in een discotheek bent, je reageert op een opmerking van een persoon in de supermarkt en je maakt een praatje met een volledig onbekende in een kroeg. Wanneer je (positieve) interactie maakt met anderen toon je betrokkenheid bij de openbare ruimte.

Socioloog Thaddeus Müller onderzoekt en beschrijft deze betrokkenheid uitgebreid in zijn proefschrift ‘de warme stad’. Hij concludeert dat stedelijke warmte niet nieuw is. Ook in 19de eeuw werd deze warmte al ervaren en beschreven. Sinds de karakterverandering van steden de afgelopen drie decennia, staat deze stedelijke warmte wel meer op de voorgrond. Steden karakteriseren zich de laatste tijd – sinds de naoorlogse periode – weer steeds meer door een menging van functies en activiteiten, waarbij consumptie een steeds grotere rol speelt.

De huiskamer op straat - de strijd om het privé, parochiale en publieke domeinDit blijkt bijvoorbeeld ook uit de toename van het aantal terrassen. Oosterman onderzocht dit in 1993 in Utrecht. Hij concludeerde dat in twintig jaar tijd het aantal vierkante meter terras zich had verzesvoudigd. De consumptiefunctie van de stad heeft verband met het ervaren van stedelijke warmte. Niet iedere plek in de stad zul je als ‘warme’ plek beschouwen. Müller noemt in zijn proefschrift twee belangrijke kenmerken van de openbare ruimte als voedingsbodem voor stedelijke warmte, namelijk: mening van functie en activiteiten en drukte. Belangrijk is welke betekenis je geeft aan de drukte. Alleen als je de drukte aangenaam vindt en je identificeert met de aanwezige mensen dan kun je ‘warmte’ ervaren.

Warmte-kaart
Iedere persoon ervaart warmte op andere plekken en momenten. Dit is onder andere afhankelijk van de mensen die zich in de openbare ruimte bevinden, van je gemoedstoestand (ben je vrolijk, boos of juist verdrietig) en de activiteiten in de ruimte. Dit betekent dat iedereen een eigen warmte-kaart heeft. Een kaart van de stad met daarop de plekken in de stad waar jij warmte en betrokkenheid ervaart. Deze warmte-kaart verschilt ook in tijd. In de middag zoek je andere plekken op dan ’s avonds of ’s nachts.

De warmte-kaart is een aanknopingspunt voor stedelijk ontwikkelaars. Want waar zijn de warme plekken voor gezinnen met kinderen en waar zijn die van vrijgezellen? Wat betekent warmte voor deze doelgroepen? Vanuit deze gedachte kunnen doelgroepen betrokken worden bij ontwikkelingen. Daarnaast biedt het proefschrift van Müller kennis om de voorwaarden voor stedelijke warmte te creëren. De uitdaging is aan stedelijk ontwikkelaars om hier gebruik van te maken en steden tot ‘warme steden’ te ontwikkelen.

Op zoek naar liefde in de stad? Neem een kijkje op de website van ‘Het Instituut Liefde in de Stad’. Dit instituut zet zich in voor de bevordering van liefde in de stad. Zie ook de lijst met initiatieven. Weten of je een goede flirter bent? Doe het Groot Stedelijke Flirtexamen.

DRO Amsterdam deed onderzoek naar liefde en seks in de stad. Zij maakten daar een boekje van met de bevindingen en columns van een aantal schrijvers. Download hier het boekje ‘Hier werden wij verliefd’.

Sander van der Ham werkt voor bureau Stipo.